Wie Wat Waar

Wie

Wij zijn Herman en Tineke Verheij. In 1978 zijn we getrouwd en we hebben 3 kinderen. Ondertussen is ons gezin uitgebreid en hebben we zelfs 3 kleinkinderen. De kinderen wonen in Nederland en wij hier in Popeşti, in Roemenië.

Vanaf 1996 is Roemenië in ons leven een steeds grotere rol gaan spelen.
Zoekend en luisterend hebben we gehoor gegeven aan onze opdracht hier in Popeşti. De liefde die God ons dagelijks geeft, mogen we hier tonen aan alle kinderen en mensen om ons heen. We ervaren dat als een groot voorrecht.

Zoals in de bijbel staat, volgen we onze opdracht van uitzending (Matth. 28:18-20).
Moeder Teresa is onze inspiratiebron
en dikwijls ons voorbeeld in de praktijk.

Wees vriendelijk en barmhartig. Laat niemand ooit bij je komen, zonder dat ze beter en gelukkiger van je vandaan gaan. Wees de belichaming van Gods vriendelijkheid in je gezicht,vriendelijkheid in je ogen,vriendelijkheid in je glimlach en vriendelijkheid in je warme begroeting. In de sloppenwijken zijn wij het licht van Gods vriendelijkheid voor de armen. Geef kinderen, armen en iedereen die lijdt en eenzaam is, altijd een blijde glimlach, geef hen niet alleen je zorg, maar ook je hart.
 –Moeder Teresa-
(uit: My own words)

Ons doel hier in Popeşti is om de kinderen liefde en aandacht te geven. Daarnaast willen we zoveel mogelijk kinderen naar school zien te krijgen en de kinderen leren dat ze op God kunnen vertrouwen en dat Zijn liefde er altijd zal zijn. U kunt alles lezen over onze projecten en onze visie op deze website.

Wat

Onze visie is dat over tien jaar alle zigeunerkinderen naar school gaan. We richten ons voornamelijk op jonge kinderen, maar ook op de tieners. We leren de kinderen spelen en stimuleren ze om naar school te gaan. De woonsituaties van veel gezinnen is mensonwaardig, we helpen ze om hun huisjes bewoonbaar te maken.

Waar

Popeşti ligt in Roemenië in de provincie Bihor. Het is een landelijk dorp, op de overgang van vlak land naar de bergen. Samen met de zes omringende dorpen zijn er in Popeşti ongeveer 9000 inwoners. Het is van oorsprong een mijnstreek. De steenkoolmijnen zijn na de val van de dictatuur (1990) gesloten. Wat er overblijft, is een grote, troosteloze ruïne. Werkeloosheid is hoog (70%) en in een poging om bij de EU te behoren stijgen de prijzen voor de eerste levensbehoefte enorm.
De bossen zijn naar onze begrippen ruig. Een waterval met ijskoud, helder water, ongebaande paden en dieren in het wild zoals vossen zijn geen bijzonderheid. De wegen verdienen wel wat onderhoud.

De Roemenen hebben meer een wij-cultuur dan onze Nederlandse ik-cultuur. Bij mensen in minderheidsposities wordt dit versterkt. Men is mee dan wij gewend om als familie bij elkaar te blijven. En het hebben van gasten is een voorrecht! Met gemak delen de mensen het eten wat ze hebben. Voor je er weet van hebt ben je uitgenodigd voor een doop, bruiloft of begrafenis. Het hebben van relaties zijn een manier van overleven.

Er is helaas sprake van openlijke discriminatie. De mensen met een gebronsde huidskleur zijn in het nadeel. Voor het gemak noemen we ze Roma, het woord ‘zigeuner’ heeft al zo’n negatieve klank. Vergeet het romantische plaatje van mensen die vrolijk rondtrekken in een woonwagen. Dat hoort in sprookjes thuis. De Roma die wij kennen, leven aan de rand van de maatschappij. Een uiterst kwetsbare groep. Niet alleen door de langdurige armoede, maar juist door de sociale uitsluiting leven zij in de marge, op de rand van de afgrond, of letterlijk op de vuilnisberg. Het is dan ook niet verwonderlijk dat je mensen tegenkomt die zonder enige hoop leven.